P R O G R A M M A

 

Kamerata Stradivarius Sextet

 

NIEUWJAARSCONCERT

 

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Concert voor viool, piano en strijkorkest in D klein (1823) Allegro

Adagio

Allegro molto

 

Franz Schubert (1797-1829)

Rondo voor viool en strijkkwartet in A groot, D. 438 (1816)

 

PAUZE

 

Robert Schumann (1810-1856)

Carnaval, op. 9 voor piano (1833-1935)

(arr. voor piano en strijkers Boris Kosak)

Préambule - Chopin

Pierrot - Estrella

Arlequin - Reconnaissance

Valse noble - Pantalon et Colombine

Eusebius - Valse allemande

Florestan - Paganini

Coquette - Aveu

Réplique - Promenade

Papillons - Pause

Lettres dansantes - Marche des Davidsbündler

Chiarina - contre les Philistins

Foto: Herman Jansen
Foto: Herman Jansen

Toelichting

Het Concerto voor piano, viool en strijkers in D mineur, ook bekend als het Dubbel-concert in D mineur, werd in 1823 geschreven door Felix Mendelssohn toen hij 14 jaar oud was. Hij componeerde het werk voor een huisconcert op 25 mei 1823 in het Mendelssohnhuis in Berlijn met zijn vioolleraar en vriend, Eduard Rietz. Na deze uitvoering herzag Mendelssohn de partituur en voegde blazers en pauken toe. Het is mogelijk het eerste grote werk waarin Mendelssohn blazers en pauken gebruikte. Op 3 juli 1823 volgde een openbare uitvoering in het Berlijnse Schauspielhaus. Net als het Pianoconcerto in A mineur werd het niet gepubliceerd tijdens het leven van Mendelssohn. Dat gebeurde pas in 1999 toen een kritische editie van het stuk beschikbaar was.

 

Franz Schubert schreef het Rondo voor viool en strijkers, D 438 in A majeur in 1816. Net als in het Adagio en Rondo concertante in F majeur, D 487 uit ongeveer diezelfde tijd, krijgt de vioolsolist hierin alle gelegenheid zijn virtuositeit ten toon te spreiden. Er wordt aangenomen dat het de bedoeling is geweest dat de componist zelf of zijn broer Ferdinand de solisten zouden zijn, net als in een paar andere werken voor viool, zoals de drie sonates (D 384, 385 en 408) en het Konzertstück in D majeur, D 345. Het werd niet gepubliceerd tijdens het leven van de componist. Pas in 1897 werd het door Breitkopf & Härtel uitgegeven in een editie van Eusebius Mandyczewski.

 

Hoewel slechts acht jaar na de dood van Beethoven gecomponeerd, lijken de 21 pianostukken van Robert Schumanns Carnaval muzikaal ver verwijderd van de oudere meester. De ondertitel, ‘Scènes mignonnes sur quatre notes’, verwijst naar de symbolische toonhoogtestructuur van het werk: de componist realiseerde zich dat de naam van zijn geboortestad, Asch, kon worden vertaald in de noten A, Es (de s uitgesproken als es), C en B (die in Duitse muziek wordt aangeduid met de letter h), vier letters die ook in zijn naam voorkomen. Behalve als karakterstukken en muzikale portretten, ontvouwt Carnaval zich ook als een reeks variaties: bijna alle secties bevatten een permutatie van de A-S-C-Hcombinatie.

 

De opening ‘Préambule’ is een van de weinige stukken die niet expliciet rond het A-S-C-Hidee is georganiseerd. Figuren uit de commedia dell’arte verschijnen in ‘Pierrot’, ‘Arlequin’ en ‘Pantelon et Columbine’. Schumann schrijft zichzelf onder het mom van zijn twee alter ego’s, de idealistische, dromerige ‘Eusebius’ en vurige ‘Florestan’. Zijn verloofde, Ernestine von Fricken, verschijnt in ‘Estrella’, terwijl Clara Wieck, de tienerdochter van Frederick Wieck met wie hij uiteindelijk trouwde, wordt afgebeeld in ‘Chiarina’. Schumann brengt een ontroerend eerbetoon aan Chopin en in een virtuoos intermezzo komt de legendarische violist Paganini langs. Het laatste deel, ‘Marche des Davidsbündler contre les Philistins’, is een mars in driekwartsmaat. Vanavond klinkt een bewerking van Carnaval voor piano en strijkers van Boris Kosak, speciaal geschreven voor Kamerata Stradivarius. 

De musici

Razvan Stoica - een opmerkelijk talent  De van oorsprong Bulgaarse violist Razvan Stoica heeft met zijn uitzonderlijke spel en virtuositeit al vele hoogtepunten in zijn carrière kunnen bijschrijven. Als kamermusicus treedt hij op met zijn zuster Andreea Stoica die hem op ongelooflijke wijze volgt en begeleidt. Het samenspel tussen broer en zus is als een twee-eenheid die men zelden hoort bij een duo. Razvan bespeelt een Stradivarius uit 1729 die hij in bruikleen kreeg nadat hij in Salzburg de Strad Prize won. Niet alleen heeft hij daarmee de erkenning gekregen als een violist die waardig is dit prachtige instrument te bespelen, maar het brengt hem tot concertzalen door heel Europa en daarbuiten waar hij als solist de prachtige concerten voor viool en orkest ten gehore brengt.

 

Maar zijn werkelijke passie is toch het uitvoeren van kamermuziek en dat in een samenstelling waarbij de strijkers volledig tot hun recht komen. Zo richtte hij het Kamerata Stradivarius Orkest op om werken te spelen die speciaal voor strijkers zijn geschreven, dan wel voor hen zijn bewerkt. Het resultaat is van ongehoorde kwaliteit. In de afgelopen jaren hebben de KSO opgetreden in grote festivals en concertzalen zoals: Concertgebouw Amsterdam, Gewandhaus Leipzig, Berlin Konzerthaus, Teatro Antico in Rome, Atheneum Boekarest, Teatro San Barnaba in Brescia, de Doelen Rotterdam, Muzikhaus Wien, Disney Concert Hall Los Angeles, en het oude Theater Plovdiv.

 

Andreea Stoica (winnares van talloze competities) verdient het beslist om apart genoemd te worden. Met haar prachtige, gevoelige en meeslepende spel is zij niet alleen als duo-partner van haar broer een onmisbare factor, ook bij de Kamerate Stradivarius vervult zij vaak een belangrijke rol, zoals in het programma van vanavond duidelijk zal worden.

 

Een uitzonderlijke samenwerking met de componist Boris Kosak, die aan het Kharvik Instute of Arts in Oekraïne studeerde maar thans woonachtig is in Keulen, leidde tot diverse composities van zijn hand die door Andreea Stoica op cd zijn uitgebracht. In zijn interpretatie van Schumanns Carnaval, oorspronkelijk geschreven voor piano solo, komt zijn persoonlijke stijl waarin hij traditie combineert met moderne technieken geheel tot zijn recht. Speciaal voor Kamerata Stradivarius schreef hij dit arrangement voor piano en strijkers.