Foto: Jasper Juinen
Foto: Jasper Juinen

In onderstaande film legt Joachim Eijlander zelf e.e.a. uit m.b.t. betreffende componisten en de te spelen muziekstukken.

ZATERDAG 3 FEBRUARI 2018

Middagconcert (aanvang 14.15 uur)

 

Joachim Eijlander

Cellosuites van Bach


Toelichting

De cello kreeg pas vijfentwintig jaar voordat Bach de suites schreef als begeleidingsinstrument z’n (huidige) vorm en vaste plaats in het muziekleven. Het begon dus als een gedurfd plan. En toch koos Bach juist dit instrument om ongeëvenaarde solomuziek voor te schrijven: meerstemmig, virtuoos, gelaagd en toch licht, eenvoudig en dansant. Hoe is het mogelijk! Bach was enorm deskundig en nieuwsgierig tegelijk. Hij had plezier in het experimenteren. Hij voerde het componeren veel verder door dan alleen maar het schrijven van prachtige muziek. Ik geloof dat deze factoren samen ervoor gezorgd hebben dat de suites ons zullen blijven inspireren.

 

Vandaag klinken de eerste en de laatste cellosuite. Er is een stilistische ontwikkeling van de beknopte maar toch rijke poëtische stijl in de eerste suite naar de overweldigende virtuositeit van de zesde. Daarnaast draagt de eerste suite in zich de kiem van de laatste, waar behalve een tot volle bloei gekomen muzikale wereld sprake is van een soort meditatieve terugkeer naar het begin.

 

Een bijzonder fenomeen in Bachs scheppende leven is zijn fascinatie voor Italiaanse muziek. Bach bewerkte composities van veel Italiaanse componisten om zich de stijl eigen te maken. In de zesde suite is deze stijl volledig geïntegreerd in Bachs muzikale wereld. De Italiaanse stijl was in Duitsland sowieso populair. Er waren nogal wat Italiaanse componisten en musici werkzaam aan Duitse hoven. Joseph dall’Abaco bijvoorbeeld, geboren te Brussel, werkte aan het hof van Bonn en reisde heel Europa door als virtuoos cellist en componist. Er is weinig over hem bekend, maar zijn prachtige caprices zijn via het handschrift van een bijzonder slordige kopiist aan ons overgeleverd. In deze juweeltjes vinden barok maar ook de vroeg klassieke tijd op elegante manier hun weerklank.

 

Alfredo Piatti was de beroemdste cellist van de negentiende eeuw. Gefascineerd als hij was door de barok bewerkte hij de cellosuites van Bach voor cello en piano. Zijn uiterst virtuoze caprices publiceerde hij in 1865. Virtuositeit was echter niet het hoofddoel, zangerigheid en muzikale kracht des te meer. Om met de woorden van de legendarische violist Yehudi Menuhin te spreken: Piatti’s caprices vormen samen met de zes suites van J.S. Bach de bijbel voor de cellist: zowel het Oude als het Nieuwe Testament zijn vertegenwoordigd.

 

Joachim Eijlander

De musicus

 

Joachim Eijlander, geboren 1975, kreeg zijn eerste lessen van Jan Hollinger in Rotterdam, zijn geboorteplaats. Hij vervolgde zijn studies in Utrecht, Amsterdam en Berlijn. Hij speelde samen met vele gerenommeerde musici, waaronder Inon Barnatan, Karl Leister en Zuill Bailey. Joachim is oprichter van het Rubens Quartet, waarmee hij optrad in Europa, de VS en Israël. Als cellodocent en kamermuziekcoach is hij verbonden aan verschillende vooraanstaande conservatoria en festivals in Europa en de VS. 

 

Maar een solocarrière was Joachims grootste droom en daar heeft hij nu een begin mee kunnen maken door de zes suites van Bach op een dubbel cd uit te brengen. Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn Bachs cellosuites - die na zijn dood min of meer in vergetelheid waren geraakt - mateloos populair. Het aantal opnames ervan moet inmiddels tegen de honderd lopen. Alle grote cellisten (Casals, Rostropovitsj, Anner Bijlsma, Yo-Yo Ma) voerden ze uit en namen ze op. Vier jaar geleden stonden ze zelfs in de top tien van de meest gedownloade klassieke muziek van iTunes. Er is alom bewondering en ontzag voor de complexe en diepzinnige werken, die in de ogen van velen mythische proporties hebben aangenomen. 

 

Toch ontdekte Joachim Eijlander ook vrijheid, speelsheid en improvisatie in de cellosuites: ‘Mijn streven is er naar om muziek die ik speel altijd zo natuurlijk mogelijk te laten klinken. Het maakte het voor mij steeds gemakkelijker om de suites te gaan opnemen en er niet al te moeilijk over te doen. Zónder natuurlijk de techniek, de diepte, de emoties en de genialiteit van de muziek uit het oog te verliezen’. Dat hem dat is gelukt, bewijzen de mooie recensies die hij voor deze opnames kreeg. 

 

Hij reisde in januari van dit jaar naar Istanbul en Indonesië, waar hij niet alleen de cellosuites van Bach ten gehore bracht, maar ook optrad samen met zijn kwartet Linus en met het aanstormende talent Merel Vercammen. Zij speelden voor uitverkochte zalen en mochten veel lovende recensies in ontvangst nemen.

 

Joachim bespeelt een cello van Gaetano Chiocchi (Padua 1870) met een strijkstok van Nikolaus Kittel (St.Petersburg 1860), die hem in dankbaarheid ter beschikking zijn gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.