Wiener Kammersymphonie String Quintet

P R O G R A M M A

22 september 2018

 

 

 

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Ouverture Coriolan, in c, op. 62

 

 

 

 

 

 

 

 

Na hun succesvolle optreden in 2016 verheugen we ons nu al weer op de komst van deze vijf leden van de beroemde Wiener Symphoniker. De muzikale leider van de Wiener Kammersymphonie is de cellist Sergio Mastro die orkestrale werken weet om te zetten voor een kleine bezetting. Maar in de Hillegondakerk klinkt het kwintet bijna als een orkest, mede dankzij de toevoeging van de contrabas, die het ensemble een soms onmetelijke diepte geeft. 

Het programma staat in het teken van het honderdjarige bestaan van de republiek Oostenrijk. Naast werken van o.a. Schubert, Weber en Brahms, komen ook de Oostenrijkers Stefan Pelzl en Gottfried von Einem aan bod met speciaal voor deze gelegenheid gearrangeerde en gecomponeerde werken.

Franz Schubert (1797-1828)

Fünf Deutsche Tänze und Coda, D 90

Menuett

Ländler

Deutscher

Walzer

Ecossaise

 

Anton Webern (1883-1945)

Langsamer Satz

 

P A U Z E

 

Stefan Pelzl (1955)

Portrait in 3 Farben

 

Gottfried von Einem (1918-1996)

3e strijkkwartet, op.56

(versie voor strijkkwintet)

Allegro ma non troppo

Sostenuto

 

Johannes Brahms (1833-1897)

Liebesliederwalzer, op. 52

 

Fritz Kreisler (1875-1962)

Alt-Wiener Tanzweisen (1905)

Liebesfreud (Allegro)

Liebesleid (Ländler)

Schön Rosmarin (Grazioso)



Gwendolyn Masin's ORIGIN

Gwendolyn Masin neemt ons mee op haar reis langs verschillende culturen, muziek en tradities waarmee en waarin zij is opgegroeid. In allerlei bezettingen, van duo tot septet, komt een groot aantal, over het algemeen korte, muziekstukken langs, van diverse componisten uit landen als Frankrijk, Spanje, Polen, Noorwegen, Hongarije, Oostenrijk, Zwitserland en Amerika. Gwendolyn treedt op met een zestal talentvolle jonge musici die daarmee de kans krijgen zich met dit programma ORIGIN te profileren en manifesteren en ervaring op te doen

Gwendolyn Masin wordt geroemd om haar technische superieure, verfijnde, intensieve en contrastrijke expressie. Ze groeide op in een muzikaal gezin waar musiceren een vanzelfsprekendheid was. Ze speelde bij de Fancy Fiddlers maar werd al snel toegelaten tot de jongtalentklas van Herman Krebbers. Op 5-jarige leeftijd trad zij voor het eerst op. Internationale bekendheid verkreeg ze met haar optreden op 11-jarige leeftijd in The Late Late Show in Ierland.

Haar studies rondde ze af met de hoogste onderscheidingen bij de Royal Schools of Music in London, de Hochschüle der Künste in Bern en de Musikhochschüle in Lübeck. Naast Herman Krebbers kreeg zij les van Igor Ozim, Ana Chumachenco, Zahhar Bron en Shmuel Ashkenasi.

 

Op haar vele reizen trad ze op als soliste en in kamermuziekverband. Haar veelzijdigheid blijkt ook uit haar liefde voor het lesgeven. Op veler verzoek bundelde ze haar methode in het lesboek ‘Michaela’s Music House’ - ‘The Magic of the Violin’ dat in een Engelse en Duitse uitgave is verschenen. Ze is Professor aan de Haute École de Musique de Genève waar zij les geeft.

En…al tien jaar lang heeft zij in Zwitserland haar eigen kamermuziekfestival ‘GAIA’, waar een week lang beroemde musici uit alle windstreken samenkomen om te concerteren.

 

Het programma ‘ORIGIN’, eveneens uitgebracht op cd en vinyl, is er ook het bewijs van dat Gwendolyn volop ruimte geeft aan jonge, talentvolle musici. Hierbij een korte introductie van de zes musici waarmee zij vanavond optreedt.

 

Pieter van Loenen: ‘Buitengewoon energiek en diep muzikaal,’ was het jurycommentaar van het Nederlandse Vioolconcours, waar hij in 2016 de tweede prijs en de NTR Publieksprijs won.

 

Ernst Jan Vos: Volgde masterclasses bij o.a. Gerhard Schulz, Gary Hoffman, Ilya Grubert, Dmitri Ferschtman, Eszter Haffner, Borodin Quartet, het Jerusalem en het Pavel Haas Quartet.

 

André Felipe Lima: Afkomstig uit São Paola, studeert aan het Conservatorium van Amsterdam en werd toegelaten op voorspraak van Peter Brunt.

 

Martin Moriarty: Studeerde altviool bij Ronald Masin en Simon Aspell. Hij is bezig aan zijn Bacheloropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam en studeert bij Nobuko Imai and Marjolein Dispa.

 

Renate Apperloo: Studeert aan het Conservatorium van Amsterdam en volgde masterclasses bij o.a. Xenia Jankovich, Pieter Wispelwey en Dmitri Ferschtman.

 

Servaas Jessen: Begon zijn contrabas studie bij Peter Stotijn. Hij was finalist bij het Prinses Christinaconcours, waarna hij masterclasses kon volgen bij Jeff Bradetich, Duncan McTier en Dominic Seldes.

P R O G R A M M A

20 oktober 2018

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Danse macabre

Poème symphonique op. 40

arr. R. Deane en bew. G. Masin

 

Pablo de Sarasate (1844-1908)

Zigeunerweisen op. 20

arr. R. Deane en bew. G. Masin)\

Moderato

Lento

Un poco più lento

Allegro molto vivace

 

Rodion Konstantinowitsch Schtschedrin (*1932)

Humoreske aus „Klavierstücke“

arr. M. Pinca

 

Dimitri Shostakovich (1906 – 1975)

Polka for String Quartet

 

Traditional Folk Song

Sønderho Bridle Trilogy, part 1

 

Johan Halvorsen (1864-1935)

Passacaglia für Violine und Viola
nach einem Thema von G. F. Händel

arr. R. Deane en bew. G. Masin

 

Ernö Dohnányi (1877-1960)

Serenade String Trio in C Major opus 10

Marcia: Allegro

Romanza: Adagio non troppo, quasi Andante

 

Fritz Kreisler (1875-1962)

La Gitana (arr. R. Deane en bew. G. Masin)

 

P A U Z E

 

Ernest Bloch (1880-1959)

Nigun (Improvisation) aus Baal Shem

(Drei Bilder aus dem chassidischen Leben)  (arr. R. Deane)

 

String Quartet/String Trio

nader aan te kondigen

 

Béla Bartók (1881-1945)

Rumänische Volkstänze Sz. 68

arr. A. Willner, bew. G. Masin

Bot tánc / Jocul cu bâtă (Stabtanz) - Allegro moderato

Brâul (Rundtanz) - Allegro

Topogó / Pe loc (Stampftanz) - Moderato

Bucsumí tánc / Buciumeana (Tanz aus Butschum) - Moderato

Román polka / Poarga Românească (Rumänische Polka) - Allegro

Aprózó / Mărunțel (Schnelltanz) - Allegro

Aprózó / Mărunțel (Schnelltanz) - Allegro vivace

 

Maurice Ravel (1875-1937)

Pièce en forme de Habanera

arr. R. Deane

 

Manuel de Falla (1876 – 1946)

Danse Espagnole uit La Vida Breve

arr. R. Deane

 

Maurice Ravel (1875-1937)

Tzigane

 

Rhapsodie de concert

arr. D. Walter, bew. M. Lukács/G. Masin



Fancy Fiddlers

 

Biografie

Het strijkersensemble de Fancy Fiddlers bestaat uit viool- en cellotalenten in de leeftijd van 6 tot 19 jaar onder supervisie van de Hilversumse vioolpedagoge Coosje Wijzenbeek.De jonge violisten komen uit het hele land wekelijks naar Hilversum voor hun individuele lessen. Daarnaast wordt iedere zaterdag samen met celloleerlingen van collega-docenten aan het Conservatorium van Amsterdam intensief kamermuziek gestudeerd in verschillende bezettingen onder de gemeenschappelijke noemer Fancy Fiddlers.

Het ensemble ontstond in 1984 toen er een uitwisseling werd georganiseerd met Hongarije. Sindsdien treden de Fancy Fiddlers veelvuldig op bij zeer diverse gelegenheden en op zeer diverse Nederlandse concertpodia, waaronder Het Concertgebouw, maar ook op podia door heel Europa tot zelfs in China. Tijdens hun concerten spelen de Fancy Fiddlers solistisch werk tot en met werken voor strijkorkest. De concerten zijn met name bedoeld om de jonge muziektalenten zoveel mogelijk podiumervaring op te laten doen.

 

Uit de Fancy Fiddlers zijn al vele solisten en ensembles voort-gekomen die hun weg naar de internationale podia hebben gevonden.

 

Uit de concertopbrengsten, uit bijdragen van de Fancy Fiddlers-Vrienden en uit giften van fondsen en sponsoren worden extra studiekosten betaald voor cursussen en masterclasses in binnen- en buitenland, die nodig zijn om deze jonge mensen een kans te geven hun grote talent te ontplooien te midden van een groot, internationaal aanbod.

P R O G R A M M A

3 november 2018

 

Antonio Vivaldi (1678-1741)

Sinfonia voor strijkers in C groot, RV 112 (1729-30)

Allegro

Andante

Presto

 

Luigi Boccherini (1743-1805)

 Strijkkwartet in d klein, opus 9 nr. 2, G. 172 (1770)

 

Grave – Allegro (deel 1) 

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Derde partita in E groot, BWV 1006 (1720) 

voor viool solo

Gigue (deel 7)

 

Stanisław Moniuszko (1819-1872)

Strijkkwartet nr. 1 in d klein (1839)

Scherzo. Vivo (deel 3)

Finale. Allegro assai (deel 4)

 

Johann Sebastian Bach 

Brandenburgs concert nr. 3 in G groot, BWV 1048 (1721)

[Allegro]

 Allegro

 

Tonny Eyk (1940)

Nuances pour cordes (2017)

 for string orchestra

 

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet nr. 1 in g klein/Bes groot, D 18 (1810/11)

Andante – Presto vivace (deel 1)

 

Leoš Janáček (1854-1928)

Idylla voor strijkers (1878)

Adagio (deel 5)

Scherzo (deel 6)

 

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Strijkerssymfonie nr. 1 in C groot (1821)

Allegro

Andante

Allegro


Coosje Wijzenbeek studeerde viool bij Davina van Wely aan het Conservatorium van Amsterdam. Al op jonge leeftijd had de pedagogie van het vioolspel haar speciale interesse. Na een aantal jaren in de praktijk werkzaam te zijn geweest (zij speelde in diverse ensembles en in het Radio Filharmonisch Orkest), heeft Coosje Wijzenbeek zich geheel op het lesgeven gericht.

Zij doceerde vele jaren vioolmethodiek aan het Conservatorium van Amsterdam en was verbonden aan de Jong Talent-afdeling van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

Op dit moment doceert Coosje Wijzenbeek aan de Sweelinck Academie voor Jong Talent aan het Conservatorium van Amsterdam. Zij geeft cursussen en masterclasses in de Verenigde Staten (Universiteit van Bloomington, Indiana), in Zwitserland (zoals haar zomercursus in Ftan) en in Kloster Schöntal en Goch in Duitsland. Verder doceerde Coosje Wijzenbeek van 2011 tot 2018 aan de Internationale Musikakademie in Liechtenstein.

Naast haar omvangrijke lespraktijk voor jonge viooltalenten is Coosje Wijzenbeek de inspirator en drijvende kracht achter de Fancy Fiddlers.

In 2007 werd aan Coosje de Kersjes van de Groenekan-prijs uitgereikt. Deze speciale prijs kreeg zij voor haar bijzondere verdiensten in het opleiden van jong talent.


Atar Trio

Het Atar Piano Trio werd opgericht in 1996 in Jerusalem. Het trio werd gecoacht door beroemdheden als Prof. Binyamin Oren, Prof. Jerome Lowenthal en het Altenberg Trio in Wenen.

 

Het Atar Trio heeft een uitgebreid, gevarieerd repertoire en heeft een unieke klank gecreëerd met originele en avontuurlijke muzikale projecten. Zij brengen nieuwe interpretaties van Joodse, Israëlitische en wereldmuziek, laten historische muziek herleven en duiken in het traditionele en hedendaagse kamermuziekrepertoire. Het Atar Trio voert tientallen concerten uit in Israël, Europa en de VS en is daarmee een van de vooraanstaande Israëlische kamermuziekensembles. Hun projecten worden ondersteund door de Israëlitische Ambassades en door de Rabinovich Foundation of Arts. Naast hun optreden in festivals en belangrijke kamermuziekseries zijn zij regelmatig te horen en te zien in radio- en tv-programma’s. Hun laatste tournees vonden plaats in Italië, Oostenrijk, Hongarije, de Tsjechische Republiek en Duitsland.

 

Het trio werkt samen met prominente musici en componisten, zoals zangers: Yeela Avital, Ofer Callaf, Ruth Levin, acteurs: Eran Zur, Benny Hendel; en componisten waaronder Michael Wolpe, Yitshak Yedid, Dikla Baniel, Arik Shapira and Judith Shatin. Het piano trio no. 2 ‘From Jewish Traditions’ van B. Yusupov dat vanavond op het programma staat, is speciaal voor hen geschreven.

 

P R O G R A M M A

17 november 2018

 

 

J.S. Bach (1685-1750)

Pianoconcerto in A major BWV 1055

 (Trio arrangement by Ofer Shelley)

Allegro

Larghetto

Allegro ma non tanto

 

B. Yusupov (1962)

Piano trio no. 2 "From Jewish Traditions"

 Opgedragen aan het Atar Trio

Mayn Shtetele (Ashkenazi)

La yave de Espanya (Ladino)

Esh'al Elohai (Yemenite)

 

P A U Z E

 

J. Achron (1886-1943)

Hebrew melody

 

L. Bernstein (1886-1990)

West Side Story – a suite for trio

Arrangement - Shelley / Penaforte

 

Hebrew folk songs

A song cycle in a special setting

for a Baritone and trio

Jerusalem of gold, Katonti and others


 

Het Atar Trio streeft ernaar een multicultureel publiek te bereiken en probeert het plezier van het musiceren in kamermuziekverband over te brengen door middel van educatieve programma’s en masterclasses. Zij traden op tijdens officiële Israëlitische nationale gebeurtenissen zoals Yad Vashem, in de Hebrew University, bij het Ministerie voor Buitenlandse Zaken, de Jewish Agency en ACUM, de Israëlische organisatie voor componisten.

 

De thematische programma’s die zij brengen omvatten originele projecten die gebaseerd zijn op Ofer Shelley’s onderzoek en zijn arrangementen. Zo is er ‘A light in Your Window’, een verzameling van klassieke Israëlische volksliederen in een nieuwe bezetting voor trio en sopraan. ‘Chamber Jazz’ waarin jazz en blues samen komen in kamermuziek van Maurice Ravel en Paul Schoenfield, maar ook composities van Titshak Yedid voor het programma ‘A Simple Story’, een muzikaal theaterstuk voor een kamermuziekensemble en een acteur, gebaseerd op het verhaal van S.Y. Agnon.

 

De discografie van het Atar Trio bevat o.a. ‘Haydn & Shostakovich’, ‘A Light in Your Window’, ‘Childhood Scenes’en ‘Silence the Muses!’ Opnamen van werken van Turina, Piazzola & Ginastera zijn in voorbereiding. 


Luci Serene, Camerata Delft & solisten

P R O G R A M M A

15 december 2018

 

Shepherds & Angels 

Anoniem

Angelorum Gloriae

Venez, Bergers

 

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)

Angelus ad Pastores

 

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

There were Shepherds (uit Messiah)

Glory to God (uit Messiah)

 


Giuseppe Tartini (1692-1770)

Fluit Concert in G

 

Georg Friedrich Händel

Let the Bright Seraphim

 

Hector Berlioz (1803-1869)

Adieu des Bergers

 

Gabriel Fauré (1845-1924)

Noël (arrangement Andrew Clark)

 

Andrew Clark (1956)

A solis ortus cardine (wereldpremière)

 

American Traditional

Rise up Shepherds and follow

 

Liza Lehmann (1885-1894)

Evensong (arrangement Andrew Clark)

 

3 Carols

Angels in the realms of glory

Hark the Herald Angels Sing (meezingen)

Midden in de Winternacht (meezingen)

ENSEMBLE LUCI SERENE CAMERATA DELFT & SOLISTEN 

Heleen Meijer - sopraan

Marie Anne Jacobs - alt

Adrian Fernandez - tenor

Floris Onstwedder - trompet 

Imre Rolleman - fluit

Roosje Reumkens - viool

Machteld van Delft - viool

Siebe Visser - altviool

Lotte Beukman - cello

Andrew Clark - klavecimbel



Brothers & Sisters

P R O G R A M M A

19 januari 2019

  

L. van Beethoven (1770-1827)

Variationen über ein Thema des Grafen  von Waldstein

Martijn & Stefan

 

W.A. Mozart (1756-1791)

Prenderò quel brunettino (Cosí fan tutte)

allen

 

F. Liszt  (1811-1886)

I'vidi in terra angelici costumi  (Petrarca)

Josefien & Martijn

 

Die Loreley (Heine)

Martijn & Charlotte

 

O. Nicolai (1810-1849)

Ouverture Die lustigen Weiber von Windsor 

Martijn & Stefan

 

O. Nicolai

Nein, das ist wirklich doch zu keck!

(Die lustigen Weiber von Windsor)

allen

  

P A U Z E


Maurice Ravel (1875-1937)

Habanera & Feria

Martijn & Stefan

 

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

El Desdichado 

allen

 

G. Lorca (1898-1936)

Nana de Sevilla 

(arr. W. Stoppelenburg)

Josefien & Martijn

 

Zorongo

(uit Canciones Espagnoles Originales)

Josefien & Stefan

  

X. Montsalvatge (1912-2002)

Canción de cuna para dormir un negrito

Stefan & Charlotte

 

Canto Negro

(uit Cinco canciones negras)

Martijn & Charlotte

 

F. Liszt

Liebestraum (Freiligrath)

(Arr. W. Stoppelenburg)

  allen

 

J. Strauss jr (1825-1899)

Trisch-tratsch polka

Martijn & Stefan

 

Die Tauben von San Marco

(Eine Nacht in Venedig)

allen



Joachim Eijlander

Foto: Anton Poptie
Foto: Anton Poptie

P R O G R A M M A

2 februari 2019

 

J.S. Bach (1685-1750)

Suite nr. 2 in d klein, BWV 1008

prelude

allemande

courante

sarabande

menuet

gigue

 

J. dall’Abaco (1710-1805)

Caprices 5 en 11

 

A. Piatti (1822-1901)

Caprice 7

 

J.S. Bach

Suite nr. 5 in c klein, BWV 1011

prelude

allemande

courante

sarabande

gavotte

gigue


TOELICHTING

Bach schreef zijn cellosuites in Köthen, een dorpje vlakbij Leipzig. De omgeving met heuvels en sfeervolle wijngebieden doet een beetje Toscaans aan. Eeuwen geleden is daar door Franse monniken de wijnteelt begonnen en er zijn nog prachtige Franse kloosters te zien. Vond Bach hier zijn inspiratie? In de cellosuites horen we de Franse stijl met markante ritmes en duidelijke adempauzes en de Italiaanse stijl met haar sprankelende virtuoze lichtvoetigheid.

 

De suites die ik vandaag speel zijn de meest dramatische en contrastrijke van de zes. In de 2e suite krijgt het drama zoekend gestalte. In de prelude klinkt een steeds intenser wordend spel van toenadering en afzondering. Daarna komen de dansdelen die sterker dan in de andere suites met elkaar contrasteren. De allemande doet Frans aan met duidelijke zinsopbouw en markante ritmes. De courante is juist weer verrassend Italiaans, met zijn continue, virtuoze en schichtige snelle noten, gevolgd door een broeierige sarabande en een contrastrijk menuet, waarna een wervelend trotse gigue de suite in stijl afsluit.

 

Hoe anders gaat het bij de 5e suite, de koning van alle suites! Om die goed te kunnen spelen moet de hoogste snaar een toon lager gestemd worden, waardoor de laagste snaren extra worden versterkt en er een diep resonerende celloklank ontstaat. De harmonieën die Bach met deze stemming tot stand brengt zijn soms ronduit beangstigend, ook driehonderd jaar na dato! Alleen al dat eerste moment van de suite... de laagste snaar als inzet, een samengebalde energie, waarna een extreem spannend vierstemmig akkoord klinkt. We bevinden ons nu midden in een Franse ouverture van de meest dramatische soort, gevolgd door een vierstemmige fuga en dat alles op één cello! Hoe groot de triomf in de prelude is, des te groter is de eenzaamheid en het mysterie in de sarabande, het deel met de minste noten waarover het vaakst is geschreven door muziekliefhebbers en musicologen. Een beschouwende gigue verinnerlijkt en voltooit de opgeroepen spanning van de eerste noten waarmee de suite begon.

 

De caprices die ik voor vanmiddag heb uitgekozen als intermezzo zijn ook al hoogtepunten in de composities van Joseph dall’Abaco en Alfredo Piatti. De 11e caprice van dall’Abaco is virtuoos en muzikaal een bijzonder meesterwerk. De 7e van Piatti met zijn majestueuze karakter is een monument voor de cello, die stralend klinkt tot in de hoogste registers.

 

Joachim Eijlander

Joachim Eijlander, geboren 1975, kreeg zijn eerste lessen van Jan Hollinger in zijn geboorteplaats Rotterdam. Hij vervolgde zijn studie in Utrecht, Amsterdam en Berlijn. Hij speelde samen met gerenommeerde musici als Inon Barnatan, Karl Leister en Zuill Bailey. Joachim is oprichter van het Rubens Quartet, waarmee hij veelvuldig optrad in Europa, de VS en Israël. Als docent en kamermuziekcoach is hij verbonden aan verschillende nationale en internationale festivals. Maar een solocarrière was Joachims grootste droom en die heeft hij nu kunnen verwezenlijken door de zes suites van Bach op een dubbel-cd uit te brengen.

 

Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn Bachs cellosuites - die na zijn dood min of meer in vergetelheid waren geraakt - mateloos populair. Het aantal opnames ervan moet inmiddels tegen de honderd lopen. Alle grote cellisten (Casals, Rostropovitsj, Anner Bijlsma, Pieter Wispelwey, Yo-Yo Ma) voerden ze uit en namen ze, soms meerdere malen, op. Er is alom bewondering en ontzag voor de complexe en diepzinnige werken, die in de ogen van velen mythische proporties hebben. Toch ontdekte Joachim Eijlander ook vrijheid, speelsheid en improvisatie in de cellosuites: ‘Mijn streven is er naar om muziek die ik speel altijd zo natuurlijk mogelijk te laten klinken. Zónder natuurlijk de techniek, de diepte, de emoties en de genialiteit van de muziek uit het oog te verliezen.’ Dat hem dat is gelukt, bewijzen de talloze mooie recensies die hij voor deze opnames ontving.

 

In september 2017 kwam zijn nieuwe solo-cd ‘Sequentia!’ uit met caprices van dall’Albaco en Piatti, met opnieuw schitterende recensies in binnen- en buitenland. In oktober volgde een tv optreden bij Vrije Geluiden met delen uit deze nieuwe cd.

 

Joachim bespeelt een unieke 300 jaar oude Italiaanse cello die al meer dan 100 jaar in Nederland wordt bespeeld. Dat een musicus een prachtig, passend oud instrument kon vinden en aankopen, komt zelden voor. Met behulp van een crowdfundingactie werd Joachim de trotse eigenaar. Kijk op zijn website www.joachimeijlander.com voor meer informatie.


Matangi Quartet

P R O G R A M M A

16 februari 2019

 

Bohemian Rapsody 

Josef Suk (1874-1935)

Meditace staroeský chorál Svatý Václave

op. 35a (1914)

(Meditatie over de oud-Tsjechische hymne ‘St. Wenceslas’)

 

Emil František Burian (1904-1959)

Strijkkwartet nr. 4 op. 95 (1947)

Volné a rázn

(vrij en krachtig)

 

Rychles citem

(snel en met flair)

 

Rytmicky divoké tri

(ritmisch en wild in drie)

 

Divoce s dramatickou silou

(wild met dramatische kracht)

 

P A U Z E 


Antonin Dvořák (1841-1904)

Strijkkwartet nr. 12 in F groot op. 96

‘Amerikaans’ (1893)

Allegro ma non troppo

Lento

Molto Vivace 

Finale: Vivace ma non troppo



Fernando Riscado Cordas, Izhar Elias& Roeland Hendrikx

P R O G R A M M A

16 maart 2019

 

"Wind in de snaren"

Een ode aan Schubert

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Arr: Mauro Giuliani (1781-1729)

Ouverture tot ‘La clemenza di Tito’

gitaarduo

 

Caspar Joseph Mertz (1806-1856)

Elegie

gitaarsolo

 

 


Franz Schubert (1797-1828)

Arpeggione-Sonate

I - Allegro  Moderato

II - Adagio

III - Allegretto

duo klarinet – gitaar

 

P A U Z E

 

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Arr.: Ferdinando Carulli (1770-1841)

uit Pianosonate no. 12, op. 26:

Andante varié et Rondeau

gitaarduo

 

Ferdinand Rebay (1880-1953)

uit Sonate in d-mineur:

Thema und Variationen

duo klarinet - gitaar

 

Franz Schubert (1797-1828)

Arr.: Fernando Riscado Cordas

Pianosonate no.13, D. 664

I - Allegro Moderato

II - Andante

III - Allegro

gitaarduo


Toelichting

Gedurende de 18e eeuw maakte Oostenrijk grote sociale en economische veranderingen door. Door de stijgende welvaart kreeg de voorheen weinig bevoorrechte middenstandsklasse de kans een eigen, liberale cultuur te vormen. Het Weense muziekleven werkte als een magneet waardoor tal van grootheden, zoals Mozart, Salieri, Haydn en Beethoven, zich er regelmatig ophielden, of zich zelfs vestigden. Naast het openbare muziekleven ontwikkelde zich onder de hogere middenklasse eveneens het gebruik om in huiselijke kring muziek te maken. In deze rijke muzikale praktijk figureerden Franz Schubert, Ludwig van Beethoven en de gitarist/componist Mauro Giuliani. Even voorbij de eerste decennia van de 19e eeuw werkte Caspar Joseph Mertz aan zijn reputatie als gitarist en componist. Tot in de 20e eeuw zijn componisten actief die qua esthetiek teruggrijpen op de rijke muziekgeschiedenis van Wenen.

 

De Italiaanse gitarist en componist Mauro Giuliani woonde tussen 1806 en 1819 in Wenen en werd door het publiek en de muziekminnende adel op handen gedragen. Hij componeerde een groot aantal werken en om aan de vraag naar populair repertoire te voldoen arrangeerde hij fragmenten uit de meest geliefde opera’s.

Caspar Joseph Mertz leefde enkele decennia later. Muziekuitgevers waren inmiddels zo ingesteld op het bedienen van de grote groep amateurgitaristen dat zij componisten verzochten vooral makkelijke stukjes aan te leveren. De meer uitdagende werken die Mertz schreef werden zodoende niet uitgegeven. Gelukkig zijn meerdere handgeschreven partituren bewaard gebleven, zoals dat van zijn Elegie.

Franz Schubert bezat zelf enkele gitaren. Een daarvan is gebouwd door Georg Stauffer. Deze Stauffer was uitvinder van een nieuw soort instrument, de Arpeggione. Schubert schreef er een sonate voor, die uiteindelijk de enig noemenswaardige compositie voor de Arpeggione zou worden. Het instrument is binnen de muziekgeschiedenis niet meer dan een rariteit,  de sonate is door andere instrumenten geadopteerd.

De pianosonates van Beethoven worden al 200 jaar als een hoeksteen van de westerse kunstmuziek beschouwd. In Parijs was de Italiaanse gitarist Carulli, op een vergelijkbare manier als Giuliani in Wenen, bezig de harten van muziekliefhebbers te veroveren. Ook hij maakte arrangementen van bekende werken, zoals het eerste deel van Beethovens 12e pianosonate.

Ferdinand Rebay was zoon van een Weense zanger en muziekuitgever. Hij ontpopte zich naast componist ook als piano- en zangpedagoog. Zijn gave om melodie en harmonie vloeiend te laten samengaan wordt goed gedemonstreerd in dit werk voor klarinet en gitaar. De dromerige Franz Schubert stond met zijn beperkte gave zichzelf te verkopen altijd met één-nul achter ten opzichte van zijn concurrenten. Het kwam vaak op vrienden aan die voor hem bemiddelden met uitgevers. Deze pianosonate schreef hij in de zomer; de partituur gaf hij weg aan een meisje, omdat hij haar zo knap vond.

Fernando Riscado Cordas

De musici

Duo Elias/Cordas. Izhar Elias en Fernando Riscado Cordas zijn toonaangevende gitaristen binnen de Nederlandse en internationale muziekwereld en vormen al jaren een veelgevraagd duo.

 

Izhar Elias studeerde aan de conservatoria van Groningen en Den Haag, bij het Groningen Guitar Duo en bij Zoran Dukic. In 2002 sloot hij zijn masteropleiding af met een 9,5 met onderscheiding en de Nicolaï prijs. Hij volgde een opleiding aan de ‘Accademia di Studi Superiori l´Ottocento’ bij Carlo Barone in Italië (uitvoeringspraktijk 19e eeuwse muziek), studeerde barokgitaar bij William Carter en Adrián Rodriguez van der Spoel en  kreeg interpretatielessen van de violist Kees Hendrikse. Hij won prijzen bij nationale en internationale concoursen en gaf concerten in Europa, Rusland, Zuid-Oost Azië en Australië. Hij ontving als eerste gitarist de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs.

 

Fernando Riscado Cordas studeerde aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, waar hij in 2003 cum laude en met twee onderscheidingen zijn Mastertitel behaalde. Zijn belangrijkste leermeesters waren Robby Faverey en Zoran Dukic. Hij was actief op diverse muziekfestivals en volgde masterclasses bij o.a. David Russel, Hubert Käppel, Carlo Marchione, Sergio Assad, Roland Dyens en David Starobin. Vanaf 2001 doet Fernando Cordas onderzoek naar de geschiedenis van de gitaar in de 19e eeuw. Zijn onderzoek naar een collectie Schubertliederen die de 19e-eeuwse gitarist Caspar Joseph Mertz bewerkte voor gitaar, leidde tot samenwerking met het Gemeentemuseum Den Haag en resulteerde in een dubbel-cd in boekvorm, The Poetic Guitar. Sinds 2014 is Cordas docent aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

 

Roeland Hendrikx is een van de meest toonaangevende Belgische klarinettisten. Na zijn opleiding in Leuven en Antwerpen (bij Walter Boeykens) vervolmaakte hij zich tijdens masterclasses bij onder meer Thea King. Hendrikx was jarenlang klarinettist bij het Nationaal Orkest van België, maar koos in 2017 voor een loopbaan als solist, al blijft hij daarnaast een gepassioneerd pleitbezorger van kamermuziek, onder meer met zijn eigen ensemble. Hij doceert aan het Conservatorium Maastricht en de LUCA School of Arts (Lemmensinsituut) Leuven. In oktober 2018 verscheen bij EPR Classic zijn registratie van de klarinetconcerten van Mozart en Finzi en het dubbelconcerto van Max Bruch, opgenomen met het London Philharmonic Orchestra. 


Quirine Viersen & Thomas Beijer

P R O G R A M M A

13 april 2019

 

Richard Strauss (1864-1949)

Cellosonate in F groot,  opus 6 

Allegro con brio

Andante ma non troppo

Finale: Allegro vivo   

                

Rudolf Escher (1912-1980)

sonata concertante voor cello en piano

(revisie 1955)

Allegro agitato

Largo

Lente - Allegrissimo

 

 

P A U Z E

 

Leoš Janáček (1854-1928)

Pohádka (een sprookje)

voor cello en piano

                                                    

Felix Mendelssohn (1809-1847)

cellosonate nr.2 in D groot opus 58

Allegro assai vivace

Allegretto scherzando

Adagio

Molto allegro e vivace


Toelichting

In 1880 begon Richard Strauss (geen familie van Johann Strauss) met het componeren van de Cellosonate en voltooide de eerste versie op 5 mei 1881. Voordat het in 1883 naar de drukker ging, herzag hij het stuk grotendeels. Zo werd de oorspronkelijke finale vervangen door een geheel nieuwe. Alleen het eerste deel bleef ongewijzigd. Strauss droeg de sonate op aan zijn vriend Hans Wihan, die ook bij de première op 6 december 1883 in Neurenberg de cellopartij vertolkte. Deze sonate, waarin de invloed van Mendelssohn duidelijk hoorbaar is, werd al snel een van Strauss meest uitgevoerde werken.

 

De Sonata concertante voor cello en piano schreef Rudolf Escher in 1943 kort na de voltooiing van het orkestwerk Musique pour l’esprit en deuil. Het karakter van deze werken kan worden omschreven als primair een antwoord van de creatieve geest op het destructieve geweld van oorlog en onderdrukking. Het virtuoze element in de cellosonate heeft tot een concertante vorm voor beide instrumenten geleid. In het eerste deel komen in de reprise de twee thematische gegevens in omgekeerde volgorde terug. Het Largo is een uitgebreide driedelige liedvorm met als middenfragment een dialoog tussen violoncello en piano die tot een climax leidt. Het afsluitende deel heeft een zogenaamde rondovorm.

 

Pohádka is een compositie voor cello en piano van Tsjechische componist Leoš Janáček, gebaseerd op een gedicht van de Russische schrijver Vasily Zhukovsky. Tijdens zijn leven bestonden er verschillende versies van het stuk, hoewel alleen de laatste tegenwoordig wordt uitgevoerd. De eerste versie in drie delen dateert uit 1910 en werd niet gepubliceerd. De tweede versie bestaat uit vier delen en werd voor het eerst uitgevoerd in 1912. Janáček voegde een rustige finale toe. De definitieve versie bracht het stuk weer terug naar drie delen: de introductie en het eerste deel van de versie uit 1912 werden samengevoegd en het laatste deel is weggelaten. Bovendien veranderde Janáček veel van de ritmes en verwijderde een herhaling in het derde deel. Het werd voor het eerst uitgevoerd in Brno in 1923 en in 1924 uitgegeven.

 

Tussen het einde van 1842 en de eerste helft van 1843 ontstond de tweede Cellosonate van Felix Mendelssohn die de compositie opdroeg aan de Russisch-Poolse cellist Count Mateusz Wielhorski. Het hoofdthema van het eerste deel is ontleend aan een nietgerealiseerde pianosonate. Van bijzonder belang is het derde deel, Adagio, dat de fascinatie van Mendelssohn voor de muziek van Bach weerspiegelt. Het bestaat uit een koraal in de typische stijl van Bach, gespeeld door de piano in arpeggio’s. Tussen de frasen van dat koraal speelt de cello passages die lijken te verwijzen naar het recitatief van de Fantasia in de Chromatische Fantasia en Fuga, BWV 903.

De musici

Quirine Viersen behoort internationaal tot de meest vooraanstaande muzikale persoonlijkheden van haar generatie. Met haar intense, uitdrukkingsvolle en virtuoze spel is zij er in geslaagd collega’s, pers en publiek van haar grote muzikaliteit en meesterkracht te overtuigen.

In 1994 bereikte zij een bijzondere status door als eerste Nederlander een prijs op het prestigieuze Tsjaikovsky Concours te winnen. In dat jaar ontving ze ook de Nederlandse Muziekprijs. In 2000 viel de Young Artist Award van de Credit suisse Groupe haar ten deel, waaraan een concert met dirigent Zubin Mehta en de Wiener Philharmoniker tijdens het Luzerner Festival was verbonden.

Haar eerste cellolessen kreeg Quirine van haar vader Yke Viersen, cellist in het Koninklijk Concertgebouworkest. Aan het conservatorium van Amsterdam waren haar leermeesters Jean Decroos en Dmitri Ferschtman. Haar studie beëindigde ze in 1997 bij Heinrich Schiff aan het Mozarteum te Salzburg.

Ook in kamermuziekverband is Quirine een veelgevraagd musicus en een graag geziene gast op internationale festivals. Met pianiste Silke Avenhaus vormt ze sinds 1996 een succesvol duo. Vijf veelbesproken cd’s getuigen hiervan.

 

Thomas Beijer (1988) is een jonge pianist en componist die wordt geprezen om zijn excellente techniek en artistieke integriteit. In zijn composities en gepassioneerde spel komt een helder en diepgaand muzikaal inzicht tot uiting. Thomas studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam en volgde masterclasses bij o.a. Jorge Luis Prats, Emanuel Ax, Menahem Pressler, Murray Perahia, Pascal Devoyon, Jacques Rouvier en Elza Kolodin. In 2007 won hij het YPF Nationaal Pianoconcours. In 2011 sloot hij zijn Masterstudie af met de hoogste onderscheiding. Naast zijn solo-optredens is Thomas ook actief als componist en gepassioneerd kamermusicus. Hij maakt deel uit van de Amsterdam Chamber Soloists en is regelmatig te gast bij Camerata RCO, het kamermuziekensemble van het Koninklijk Concertgebouworkest. In 2008 verscheen zijn debuut-cd, met werken van Brahms. Zijn tweede cd, met muziek van Rachmaninoff, volgde in 2012. Lyrone Records bood Thomas in 2013 een contract aan, wat resulteerde in de release van Canción y Danza. Zijn opnames zijn wereldwijd verkrijgbaar in ruim 40 landen. Hij ontvangt steun uit een trustfund dat beschikbaar is gesteld door de Young Pianist Foundation.

Foto: Jelmer de Haas
Foto: Jelmer de Haas
Foto: Koos Breukel
Foto: Koos Breukel